besmettelijkheid
vrouwelijk (de)/bə'smɛtələkhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gemak waarmee een ziek makend organisme van de ene naar de andere gastheer kan overgaan
Etymologie
* afleiding van besmettelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afleiding van besmettelijk