besnuffelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. onderzoekend ergens de reuk van waarnemen vooral door honden
    De speurhond besnuffelde aandachtig de plaats van de misdaad.
    Het paard vaart op een bovenmenselijk scherp waarnemingsvermogen en duidt de wereld aan de hand van zijn zintuigen: er is een boel te horen, een boel te besnuffelen. Het meisje dat in het eerste hoofdstuk op de boerderij aankomt bijvoorbeeld, is in de ogen, nee neus van het paard ‘zoet’. NRC Thomas de Veen 17 november 2016
  2. aandachtig bekijken

Etymologie

*afleidingen van snuffelen en