bestoken

/bəˈstokə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met projectielen proberen te raken
    Het kasteel werd met kanonnen bestookt.
    Het Russische leger boekt al dagen geen noemenswaardige militaire vorderingen, maar blijft steden bestoken en burgerslachtoffers maken.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) verbaal lastigvallen
    Hij werd met veel lastige vragen bestookt.
    Hoewel het moeilijk was om haar vriendin niet met vragen te bestoken, hield ze haar lippen stijf op elkaar.

Etymologie

*[B]--> maar met een klinkerwisseling ee-oo (/e/ - /oː/)

Vertalingen

Engelsharass, press hard
Spaanshostilizar