Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bestudeerdheid

vrouwelijk (de)/bəstyˈderthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief licht (pejoratief) mate waarin een kunstuiting het resultaat van oefening en theoretische kennis lijkt, ontbreken van spontaniteit
    De enorme ervaring van het kwartet leidt nergens tot bestudeerdheid, maar blijkt juist de basis voor vitale, bijna spontane uitvoeringen die een intense betrokkenheid tonen met deze muziek.
    Bij zijne natuurlijke dictie heeft hij, en vooral was dit dezen avond het geval, eene zekere bestudeerdheid van manieren en bewegingen, die wij hem gaarne zagen afleggen.
  2. mate waarin een onderwerp is onderzocht
    Er bestaat meer "commentaar op Achterberg" dan commentaar op Joachim Oudaen! Neen, niet de bestudeerdheid van de tekst beslist in dit geval, maar de aard van de studie!

Etymologie

* afgeleid van "bestudeerd"