betrokkenheid

vrouwelijk (de)/bəˈtrɔkənˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bij iets betrokken zijn
    Ik heb geen betrokkenheid hierbij.
    De controversiële betrokkenheid van Musk bij de regering van Trump, de openlijke steun van de techmiljardair aan de extreemrechtse partij AfD in Duitsland en een vermeende Hitlergroet van Musk na de inauguratie van Trump, hebben veel Tesla-eigenaren in verlegenheid gebracht[https://www.businessinsider.nl/man-ziet-verkoop-van-anti-elon-musk-stickers-omhoog-schieten-tot-meer-dan-400-per-dag-ongelukkige-tesla-eigenaren-zijn-er-blij-mee/ www.businessinsider.nl (10 mrt 2025)]
  2. juridisch, pregnant (juridisch), (pregnant) medeplichtig zijn aan iets strafbaars
    Hij zit een celstraf uit voor betrokkenheid bij de invoer van drugs.
  3. pregnant (pregnant) zich ergens nauw mee verbonden voelen, zich ergens voor inzetten
    Ze heeft blijk gegeven van haar grote betrokkenheid bij het project.
    Deze indrukwekkende demonstratie van betrokkenheid van de kant van de majordomus had een onverwachte uitwerking op de gevleide dichteres. Ze begon te schateren, waarbij zichtbaar werd hoe haar tanden verankerd waren in de met roze tandvlees overtrokken mandibula van haar schedel. Het was bijna angstaanjagend hoe grappig zij de goedbedoelde declamatie van haar eigen meesterwerk achtte.

Etymologie

*Afgeleid van betrokken

Vertalingen

Engelsparticipation, involvement, commitment
Spaansparticipación, compromiso