beveiliging

vrouwelijk (de)/bəˈvɛiləˌɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de genomen maatregelen die er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
    De beveiliging van het bedrijfspand was door een gespecialiseerd bedrijf ingericht.
    "De bagageafhandelingsbedrijven en de luchtvaartmaatschappijen die zorg dragen voor deze processen hebben net als wij bij de beveiliging te maken met personeelstekorten", zegt een woordvoerder van Schiphol desgevraagd. Daardoor zijn passagiers en de koffers niet meer op hetzelfde moment op dezelfde plek.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van beveiligen .

Vertalingen

Engelsprotection, safeguarding
DuitsSchutz, Sicherheit
Spaansprotección, abrigo, amparo
Poolsochrona
Zweedssäkerhet