bevlogene

mannelijk/vrouwelijk (de)/bəˈvloɣənə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die (te) enthousiast voor iets is
    Onze bevlogen vriend haalt graag een andere bevlogene aan, eerst aan de universiteit, nu als redacteur bij een uitgeverij, Anthony Mertens, die het begrip gestiek hanteert, de wijze waarop een boek je tegemoet treedt, al meteen op de eerste bladzijde: toon, timbre, stijl, sfeer, ritme en tenslotte ook compositie. Je kunt ook de gestiek van films bestuderen maar het schoolvak, dat is wettelijk zo geregeld, heet nu eenmaal literatuur. Tirade 2003 Robert Anker [https://www.dbnl.org/tekst/_tir001200301_01/_tir001200301_01_0032.php Over de nog altijd erbarmelijke wijze waarop op de meeste middelbare scholen de liefde tot de literatuur en het helder lezen wordt afgeleerd] geraadpleegd 18 november 2018

Etymologie

* van bevliegen