bevolkingskrimp

mannelijk (de)/bəˈvɔlkɪŋsˌkrɪmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. demografie (demografie) vermindering van het aantal inwoners
    In Flevoland groeide het aantal inwoners vorig jaar verhoudingsgewijs het sterkst, terwijl gemeenten in Zuid-Limburg, de Achterhoek en Zeeland door de relatief vergrijsde bevolking te maken hadden met bevolkingskrimp.