bewapenen
/bəˈwapənə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets of iemand van wapens voorzienDe opstandelingen werden door het buurland bewapend.Door de dreiging werden de forten weer bewapend.
- (refl) zich ~: wapens uit hun opslag halen en gaan dragenDe politie bewapende zich met zwaarder materieel om aan de bendeoorlog een einde te kunnen maken.Door de internationale spanningen gingen de verschillende landen zich weer bewapenen.
Etymologie
*Afgeleid van wapen of afgeleid van wapenen
Vertalingen
Engelsarm
Fransarmer
Duitsbewaffnen
Spaansarmar, armarse
Italiaansarmare
Poolsuzbrajać, uzbrajać się
Deensbevæbne, bevæbne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek