bewapening

vrouwelijk (de)/bəˈwapəˌnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verschaffen van wapens aan iemand
    De bewapening van de fanatieke Islamisten in Afghanistan door de Verenigde Staten tijdens de Russische bezetting heeft de Amerikanen later zeer berouwd.
  2. militair (militair) het aanschaffen en dragen van wapens
    De bewapening van de politie 'schiet te kort' meldde het ochtendblad.
  3. de verschafte wapens die iemand in handen heeft
    Hun bewapening was niet erg modern te noemen.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van bewapenen .

Vertalingen

Engelsarmament
Fransarmement
DuitsBewaffnung
Spaansarmamento
Poolsuzbrojenie