bewapening
vrouwelijk (de)/bəˈwapəˌnɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het verschaffen van wapens aan iemandDe bewapening van de fanatieke Islamisten in Afghanistan door de Verenigde Staten tijdens de Russische bezetting heeft de Amerikanen later zeer berouwd.
- (militair) het aanschaffen en dragen van wapensDe bewapening van de politie 'schiet te kort' meldde het ochtendblad.
- de verschafte wapens die iemand in handen heeftHun bewapening was niet erg modern te noemen.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bewapenen .
Vertalingen
Engelsarmament
Fransarmement
DuitsBewaffnung
Spaansarmamento
Poolsuzbrojenie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek