bewasemen

Betekenis

werkwoord
  1. een koud oppervlak bedekken met kleine waterdruppeltjes uit warme vochtige lucht (zoals bijvoorbeeld de uitgeademde lucht)
  2. beïnvloeden
    Het lijkt erop dat Eva Bal het verhalende element van haar creaties tijdens het voorbije decennium steeds meer liet bewasemen door de adem van een associatieve vormgeving die de voorstellingen niet alleen sterk eigentijds maakt, maar ook een soort troostend karakter geeft, om even Herman de Coninck, die het toen natuurlijk over de formele kanten van poëzie had, te parafraseren. Ons Erfdeel. Jaargang 44 Paul Demets [https://www.dbnl.org/tekst/_ons003200101_01/_ons003200101_01_0016.php Eva Bal: koningin van wonderland]
    ‘Te vlug bewasemen wij de ruit die uitziet op de verschijnselen met samenhangen van eigen vinding.’ (2008)– [tijdschrift] Parmentier Daniël Rovers [https://www.dbnl.org/tekst/_par012200801_01/_par012200801_01_0045.php Daniël Rovers De octopus over Tonnus Oosterhoff]

Etymologie

*afgeleid van wasemen