bewegen

/bəˈweɣə(n)/

Wat is de betekenis van bewegen?

bewegen betekent: (inerg) van plaats veranderen, niet stilstaan

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) van plaats veranderen, niet stilstaan
  2. ov (ov) in beweging brengen
  3. refl (refl) zich ~ actie ondernemen om een beweging te maken
  4. refl (refl) zich ~ omgaan met mensen waarbij men is

Voorbeelden van "bewegen" in een zin

  • Om te kunnen bewegen hebben veel dieren een uitgebreid zenuw- en spierstelsel.
  • De slang was meer dan een meter lang en ik bekeek het dode dier rustig tot hij plotseling opeens weer begon te bewegen.
  • Blijven bewegen was de remedie.
  • Dat werd bewogen door de wind.
  • Na zijn ongeval kon hij zich niet meer zo goed bewegen.

Etymologie

*van Middelnederlands "bewegen" / "beweghen", in de betekenis van ‘in beweging brengen of zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1301, op te vatten als oude afleiding van "wegen" ; verwant met "bewege", "bewegen", "bewegen" en "biwegan"

Uitdrukkingen

  • Hemel en aarde bewegenAl het mogelijke doen om iets wat moeilijk te realiseren valt, toch te bewerkstelligen

Vertalingen

Engelsmove
Fransbouger, se mouvoir
Duitsbewegen
Spaansmover, moverse
Italiaansmuovere, muoversi
Russischдвигать
Poolsporuszać, ruszać