bewegingloosheid

vrouwelijk (de)/bəweɣɪŋ'loshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bewegingloos zijn
    De bewegingloosheid van de slakken leek te veranderen in een heftige bewegelijkheid door te timelapse opname.

Etymologie

* afgeleid van bewegingloos