bewegingloosheid
vrouwelijk (de)/bəweɣɪŋ'loshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bewegingloos zijnDe bewegingloosheid van de slakken leek te veranderen in een heftige bewegelijkheid door te timelapse opname.
Etymologie
* afgeleid van bewegingloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek