bewijsdrang
mannelijk (de)/bə'wɛɪzdrɑŋ/
Wat is de betekenis van bewijsdrang?
bewijsdrang betekent: de onbedwingbare neiging om aan te tonen dat men gelijk heeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de onbedwingbare neiging om aan te tonen dat men gelijk heeft
- de onbedwingbare neiging om aan te tonen hoe geweldig men wel niet is
Voorbeelden van "bewijsdrang" in een zin
- Was ik blind dat ik het niet eerder kon zien? Lauren was inderdaad al die tijd het slachtoffer, en ik zag dat verdomme niet! Ik heb haar genegeerd, me geërgerd aan haar geldingsdrang. Die eeuwige bewijsdrang omdat ze zich niet gezien voelde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek