bewijskracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'wɛɪskrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin bepaalde gegevens of feiten een stelling onderbouwen
    Een onverbiddelijk oordeel, dat twee maanden later zijn bewijskracht vond in een snoeiharde botsing tussen wethouder Eric van der Burg ( VVD, Zorg en Welzijn) en leden van het dagelijks bestuur (PvdA, GroenLinks en VVD) van Zuidoost.Het Parool NARISH PARSAN JOHN OLSEN EN IWAN LEEUWIN 25 OKTOBER 2016 [https://www.parool.nl/opinie/veel-plannen-in-zuidoost-maar-uitvoering-rammelt~a4402097/ Veel plannen in Zuidoost, maar uitvoering rammelt ]
    „Als consument ben je een stapje voor als je weet waar jouw brein gevoelig voor is. Is dat sociale bewijskracht (het ‘kopiëren’ van je vrienden of kennissen), dan kun je tijdens het winkelen bewuster kijken naar wat je zélf mooi vindt”, aldus Ebbekink.de Telegraaf LIZETTE BREMER 13 mei 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1109267/geheim-van-het-winkelbrein Geheim van het winkelbrein ]

Vertalingen

Engelsprobative force
Fransforce probante
DuitsBeweiskraft
Spaansfuerza probatoria
Italiaansforza probatoria