bewogen

/bəˈwoɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. toestand waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft
    Hoewel het in alle opzichten een bewogen verblijf was, voel ik op dit moment wel degelijk vakantiesomberheid dat het nu bijna voorbij is.
    De man was diep bewogen toen hij hoorde dat zijn dochter bevallen was van een gezonde tweeling.
  2. druk met veel gebeurtenissen
    Het huwelijk van de jongste dochter was een bewogen tijd in de familie.
  3. (van foto's) onscherp door bewegen van de camera tijdens de opname

Etymologie

* maar met een klinkerwisseling ee-oo (ː /e/ - /oː/)

Vertalingen

Engelsmoved