Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bezemstruik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een sterk vertakte plant uit de vlinderbloemenfamilie (). De soort groeit op droge, zonnige hellingen in Zuid-Europa en wordt elders gekweekt om de bloemen. De jonge takken zijn erg buigzaam, berijpt en ze dragen riemvormige bladeren. Soms zijn er echter bijna geen bladeren aanwezig. De bezemstruik heeft gele, grote bloemen die een zoete geur hebben. Ze zijn 2-2,5 cm lang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek