Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

biënnium

onzijdig (het)/biˈjɛniˌjʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode van twee jaar
    Men noemde het tijdvak 1931 tot '33 het ‘bienio rojo’, de twee rode jaren. Ze waren het niet al te zeer. De twee jaren die volgden, heetten ‘bienio negro’, de zwarte. Omdat de reactie zegevierde tussen '34 en '36. (…) Doch in de twee jaren van het zwarte biënnium hadden de vrouwen al genoeg leergeld betaald, hadden zij de bloedige gevolgen van hun blind geloof in de clerus van nabij kunnen zien.
    Aangezien deze specialisatie nog nergens op 't programma stond, mocht hij te Leuven blijven, om zich twee jaar lang persoonlijk op dit vak toe te leggen. (…) Na het biënnium zou Reypens te Leuven blijven wonen als scriptor: dit houdt in persoonlijk wetenschappelijk vorserswerk, schrijversactiviteit en rechtstreeks apostolaat.

Etymologie

*van Latijn "biennium"