bic

mannelijk (de)/bɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eenvoudige balpen met een dopje
    Hij heeft altijd de prozaïsche, proletarische bic gebruikt om te denken en schrijven, om krabbels te maken, om te tekenen, en zich door het overschrijven en bedekken van prentkaarten en foto's de kunstgeschiedenis toe te eigenen.

Etymologie

*(eponiem), naar het gelijknamige merk (logo: BiC) van het bedrijf , genoemd naar de oprichter,