bij
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) benaming voor vliegende insecten uit het geslacht die leven van nectar en honingBijen zijn heel nuttige dieren voor de landbouwers en de fruittelers.De wilde bij is van enorm belang, zo bespaart de 'gratis arbeider' de mensheid jaarlijks miljarden euro's. Toch weten we relatief weinig van de hardwerkende insecten. Onderzoekers willen hier verandering in brengen met de eerste Nationale Bijentelling dit weekend, waarbij iedereen wordt gevraagd om in de tuin of op het balkon het aantal bijen te turven. [https://www.nu.nl/weekend/5228345/gaat-niet-goed-met-bijen-en-kan-catastrofaal-economie.html www.nu.nl]
- (in het bijzonder) honingbij
voorzetsel
- in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)De boom staat bij het huis.
- op de plaats behorende totDe vereniging vergaderde bij de heer De Vries.
- tijdens, gedurendebij leven was hij smid.
- op het moment vanbij het horen van deze woorden.
- in de omstandigheid vanbij nacht en ontij.
- in geval vanbij onvoldoende aanmeldingen wordt de bijeenkomst afgezegd.
- door, als gevolg vanbij toeval.
- in toestand vanbij zinnen.bij volle verstand.
- ergens aan toevoegenDoe er maar wat extra zout bij.Hij kwam ook bij de club.
Etymologie
:Oost: : bi
Uitdrukkingen
- bezige bij
Vertalingen
Engelsbee
Fransabeille
DuitsBiene, Imme
Spaansabeja
Italiaansape
Portugeesabelha
Russischпчела
Chinees蜜蜂
Japans蜂, 蜜蜂
Koreaans벌
Arabischنَحْلَة
Turksarı
Poolspszczoła
Zweedsbi
Deensbi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek