Bijbel
mannelijk (de)/ˈbɛibəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) het heilige boek der christenenDe Bijbel bestaat uit het Oude en het Nieuwe Testament.
- (onderwijs) school met de Bijbel: een school op christelijke grondslagDe protestantse kinderen gingen naar de school met de Bijbel
Etymologie
*via Middelnederlands "bibele" van Latijn "Biblia", in de betekenis van ‘de Heilige Schrift’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
FransBible
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek