bijeenroeping
vrouwelijk (de)/bɛiˈjenrupɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de handeling van het bijeenroepen
- plaats en tijd van een vergadering aan de zittende leden mededelen om deze bijeen te brengenDe bijeenroeping dient geruime tijd voor de vergadering te geschieden.
- een document waarin [2] geschiedtIk heb de bijeenroeping nog niet ontvangen.
Etymologie
* van "bijeenroepen"
Vertalingen
Engelsconvocation
DuitsEinberufung
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek