bijeenroeping

vrouwelijk (de)/bɛiˈjenrupɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de handeling van het bijeenroepen
  2. plaats en tijd van een vergadering aan de zittende leden mededelen om deze bijeen te brengen
    De bijeenroeping dient geruime tijd voor de vergadering te geschieden.
  3. een document waarin [2] geschiedt
    Ik heb de bijeenroeping nog niet ontvangen.

Etymologie

* van "bijeenroepen"

Vertalingen

Engelsconvocation
DuitsEinberufung