bijenhuis

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huis waarin meerdere bijenvolkeren kunnen leven
    De plek heeft de oorlog en de DDR overleefd en is weer in zijn volle landelijke glorie te bezichtigen. Een uitnodigend ruim en helder huis met zicht op het meer waar de kajakkers voorbijpeddelen. Schuren, een boomgaard met fruitbomen en paddenstoelen in het gras, een bijenhuis, een boothuis op de oever, perken waarin in elk seizoen bloemen bloeien. Binnen een wat zakelijk aandoende schrijfkamer met de favoriete koffiekan (een kopie) en de oude typemachine klaar voor de aanslag. De Standaard 11 AUGUSTUS 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170810_03012373 Groot schrijver, kleine man]
  2. gebouw met een tentoonstelling over bijen
    En voor het Bijenhuis, waar een leerzame expositie snel duidelijk maakt dat de gemiddelde werkbij een slechte cao heeft. De Telegraaf ROBERT B.P. VAN WEPEREN 24 jul. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/935753/welkom-aan-boord Welkom aan boord]
    Het dorpje heeft bovendien veel meer te bieden dan enkel rust en groen: de schandpaal midden het dorp, de archeologische kasteelsite, de Molenkreek, het bezoekerscentrum, het bijenhuis Lekens... De Standaard 13 JUNI 2008 Willy De Buck [http://www.standaard.be/cnt/v51t3915 Middeleeuws klooster wordt peuzelkroeg]

Vertalingen

Engelsapiary