bijholte

vrouwelijk (de)/'bɛɪhɔltə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een holte in het voorhoofd, de bovenkaak of het zeefbeen

Vertalingen

Engelsparanasal sinus
DuitsNasennebenhöhle
Poolszatoka przynosowa
Zweedsbihåla