bijkomen
/ˈbɛikomə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) het bewustzijn herkrijgenDe patiënt kwam weer bij toen de narcose uitgewerkt raakte.
- (erga) er, daar ~: in getal of hoeveelheid toenemenEr is weer twee procent bijgekomen.
- (erga) rusten na een inspannende bezigheidHij moest wel een week bijkomen na het rennen van de marathon.Ik zal u nu alleen laten om u de gelegenheid te bieden bij te komen van uw reis en u te verschonen.
Vertalingen
Spaansreponerse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek