bijkomen

/ˈbɛikomə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) het bewustzijn herkrijgen
    De patiënt kwam weer bij toen de narcose uitgewerkt raakte.
  2. erga (erga) er, daar ~: in getal of hoeveelheid toenemen
    Er is weer twee procent bijgekomen.
  3. erga (erga) rusten na een inspannende bezigheid
    Hij moest wel een week bijkomen na het rennen van de marathon.
    Ik zal u nu alleen laten om u de gelegenheid te bieden bij te komen van uw reis en u te verschonen.

Vertalingen

Spaansreponerse