bijloper

mannelijk (de)/'bɛɪlopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die anderen gedachteloos volgt
    De vader is meer genteresseerd {{sic!|geïnteresseerd
    Ik had al eerder in de Wetstraat opgemerkt dat hij zich in de sociaal-economische sector gedroeg als een superminister die voortdurend wat medelijdend de les spelde aan Martens. Hij wilde nu dezelfde houding aannemen voor de problemen van defensie en buitenlandse politiek, sectoren waarin hij in alle opzichten een bijloper De Standaard 19 OKTOBER 2002 Leo Tindemans [http://www.standaard.be/cnt/dss19102002_003 De memoires van Leo Tindemans]

Etymologie

* van bijlopen