Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bijna-moedertaalspreker

mannelijk (de)/ˈbɛinaˌmudərtalˌsprekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) persoon die een vreemde taal bijna zo goed beheerst als een persoon die is opgegroeid met deze taal