bijvoeging
vrouwelijk (de)/'bɛɪvuɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat men aan een groter geheel toevoegtNa afloop vertelde de dominee dat de Prinses-Royaal overmorgen cour houdt in het Huis ten Bosch, en zojuist voltooide ik het gedicht dat ik daar met bijvoeging van een weinig suiker voor de Prins zal afgeven.Op voorspraak van diezelfde Hughes. Go Ahead uit Deventer heeft de bijvoeging ‘Eagles’ te danken aan de trainer die tussen 1970 en 1973 die club trainde (en waardoor het stadion nu nog steeds de Adelaarshorst heet).
Etymologie
* van bijvoegen
Vertalingen
Engelsadditive, extension, addition
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek