Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bijvoetnetwants
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) een wants die behorend tot netwantsen. Hij leeft op bijvoet. Ze komen voor van april tot oktober, met het hoogtepunt op mei en juni. De volwassen exemplaren leven verspreid over de vegetatie en komen zelden in grote aantallen bij elkaar voor. Ze overwinteren als volwassen dier. Hij heeft een lengte van 2,6 tot 3,2 mm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek