bil
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɪl/
Wat is de betekenis van bil?
bil betekent: (anatomie) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
Voorbeelden van "bil" in een zin
- Ze ging met haar billen in het mos zitten.
- Door het zweet en constante wrijving werd mijn huid tussen mijn dijen en billen bij elke stap opengeschuurd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘achterdeel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- Wie zijn billen (ver)brandt, moet op de blaren zitten. — Wie fouten maakt, moet met de gevolgen leven.
- Als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen — zich voornamer voordoen dan men in het echt is, met gezichtsverlies tot gevolg
- Zien wie de blankste billen heeft
- in zijn blote billen — naakt, bloot
- iemand op de billen slaan — lijfstraf op de billen toedienen
- iemand voor de billen geven — lijfstraf op de billen toedienen
- met de billen bloot gaan — zijn fouten publiek maken
- van bil gaan — geslachtsgemeenschap hebben
Vertalingen
Engelsbuttock
Fransfesse
DuitsBacke, jemand auf den Hintern schlagen, jemand den Hintern versohlen
Spaansnalga
Italiaansnatica
Turkskalça
Poolspośladek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek