binnenband
mannelijk (de)/ˈbɪnə(n)ˌbɑnt/
Wat is de betekenis van binnenband?
binnenband betekent: (techniek) binnenste band, de band waarin de lucht aanwezig is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) binnenste band, de band waarin de lucht aanwezig is
Voorbeelden van "binnenband" in een zin
- Gister reed ik door glas, maar alleen mijn buitenband is beschadigd. Aan mijn binnenband zie je niks, dus ik kan nog gewoon fietsen.
Vertalingen
Engelsinner tube
Franschambre à air
DuitsSchlauch
Spaanscámara de aire, cámara interior, tubo interior
Poolsdetka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek