binnenkrijgen

/'bɪnəkrɛɪɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets ongewild inslikken
    De drenkeling had veel zout water binnengekregen.
  2. iets ontvangen, bijvoorbeeld per post
    Hij had zijn uitkering nog niet binnengekregen.

Vertalingen

Duitsschlucken, nehmen, empfangen