binnenplaats
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɪnə(n)ˌplats/
Wat is de betekenis van binnenplaats?
binnenplaats betekent: een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
Voorbeelden van "binnenplaats" in een zin
- In de zomer konden we uren op de binnenplaats zitten.
- Tijdens Quicks afwezigheid vroeg Pamela me om samen met haar op de binnenplaats onze boterhammen op te eten, waardoor de receptie even onbemand was.
- Ik bereik de boerderij en loop de binnenplaats op.
Vertalingen
Engelscourt, courtyard, yard
Franscour intérieure
Spaanspatio
Zweedsgård
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek