binnenslepen

/ˈbɪnə(n)ˌslepə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) over een oppervlak ergens in trekken
    Hij zag de struikrovers hun buit het rovershol binnenslepen.
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) (van een vaartuig) door een ander vaartuig voortgetrokken in de haven brengen
    Het grote containerschip liet zich door twee sleepboten binnenslepen.
  3. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) een gewenst resultaat in competitie behalen
    Als we onze prijs 10 procent verlagen, gaan we deze opdracht binnenslepen.