binnenslepen
/ˈbɪnə(n)ˌslepə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) over een oppervlak ergens in trekkenHij zag de struikrovers hun buit het rovershol binnenslepen.
- (ov) (scheepvaart) (van een vaartuig) door een ander vaartuig voortgetrokken in de haven brengenHet grote containerschip liet zich door twee sleepboten binnenslepen.
- (ov) (figuurlijk) een gewenst resultaat in competitie behalenAls we onze prijs 10 procent verlagen, gaan we deze opdracht binnenslepen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek