biomassa
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bijomɑsa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) de totale massa (het drooggewicht) van organismen in een biotoop
- organisch materiaal (gebruikt voor energieopwekking)Wind, water en zon zijn bekende bronnen van groene stroom, maar ruim 50 procent van de groene stroom in Nederland komt uit een andere bron: biomassa. Via verbranding, vergisting en vergassing halen we energie uit biomassa. [https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/biomassa/opwekking-van-bio-energie/ www.milieucentraal.nl]
Etymologie
*afgeleid van massa
Vertalingen
Engelsbiomass
Fransbiomasse
Spaansbiomasa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek