biosensor

mannelijk (de)/ˈbijoˌsɛnzɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (delen van) levende organismen die men kan gebruiken om bepaalde zaken te meten of op te sporen
    Ben Lark, van het Internationale Comité Rode Kruis voor wapenvervuiling, meent dat de inzet van knaagdieren niet de enige methode is om mijnen op te ruimen. 'Er zijn drie manieren om mijnen op te sporen: mensen met opsporingsmachines, andere apparaten en biosensoren; dit zijn meestal honden.' Het Parool MIRJAM VAN PUTTEN 15 OKTOBER 2012 [https://www.parool.nl/binnenland/muizen-genetisch-gemodificeerd-om-landmijnen-op-te-sporen~a3332108/ Muizen genetisch gemodificeerd om landmijnen op te sporen]
  2. apparaat dat lichaamsfuncties meet
    Het zorgtechnologiebedrijf presenteerde maandag ook een nieuwe ‘biosensor’, waarmee de belangrijkste indicatoren voor patiënten in de gaten kunnen worden gehouden. De sensor meet onder meer de hartslag, ademhaling en lichaamstemperatuur van de drager. Die informatie wordt direct doorgestuurd naar een systeem dat zorgverleners waarschuwt als kritische grenzen worden overschreden. Reformatorisch Dagblad 22-02-2016 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/philips-werkt-samen-met-amazon-1.528992 Philips werkt samen met Amazon]
    „Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat je in een biosensor-toepassing verschillende eiwitten aan de bolletjes koppelt die je dan op grootte scheidt”, oppert Germs. „Maar daarvoor moeten we de chip nog wel tien keer kleiner uitvoeren.” NRC Bruno van Wayenburg 17 januari 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/01/17/brownse-ratel-draait-na-een-eeuw-op-een-chip-12604566-a1098540 Brownse ratel 'draait' na een eeuw, op een chip]

Etymologie

* afleiding van sensor