bitsigheid
vrouwelijk (de)/'bɪtsəxhɛɪt/
Wat is de betekenis van bitsigheid?
bitsigheid betekent: de mate waarin men boos en ongeduldig is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men boos en ongeduldig is
- handeling die getuigt van boze ongeduldigheid
Voorbeelden van "bitsigheid" in een zin
- Voor een moedig ridder als hij, was die onmacht pijnlijk, en soms knarste hij met inwendige bitsigheid de tanden te samen - maar wat kon dit helpen? Er bleef hem niets over, dan een smartvolle traan over zijn geliefde te storten en van betere dagen te dromen.
- De staatjuffer werd met bitsigheid toegesproken en alle haar daden met gramschap berispt en beknibbeld: halssnoeren en oorbellen werden als nietswaardige voorwerpen hier of daar neergesmeten, terwijl morrende spreuken zonder ophouden uit de mond der Vorstin vielen.
Veelgestelde vragen over bitsigheid
Wat is de betekenis van bitsigheid?
bitsigheid betekent: de mate waarin men boos en ongeduldig is
Hoeveel betekenissen heeft bitsigheid?
bitsigheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft bitsigheid?
bitsigheid is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je bitsigheid in een zin?
Voorbeeld: “Voor een moedig ridder als hij, was die onmacht pijnlijk, en soms knarste hij met inwendige bitsigheid de tanden te samen - maar wat kon dit helpen? Er bleef hem niets over, dan een smartvolle traan over zijn geliefde te storten en van betere dagen te dromen.”
Etymologie
*afleiding van bitsig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek