blague

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈblaɡᵊ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzonnen verhaal dat zo wordt verteld dat er naderhand kan worden gelachen om mensen die het toch geloven
    Van een ‘hoax’ wil Van Tienen niet spreken. Dat "riekt naar oplichting": "maar ik kan mij de teleurstelling van Vic van de Reijt voorstellen dat hij (en nog een paar anderen) in deze blague met literaire connotatie in eerste instantie getrapt is."

Etymologie

*van "blague"; dit is zo een terugontlening van "balg" met een veranderde betekenis