blaten
/ˈblatə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (dierengeluid) het geluid van een schaap makenHet schaap stond in de wei te blaten.
- luid zeuren, mekkeren, blèrenOp school leren we dat we ons moeten inspannen om ons een ambacht of vak, kennis of kunde eigen te maken. Velen doen dat en ontlenen daar uiteindelijk hun zelfvertrouwen aan. Tegelijkertijd zien ze iemand boven zich gesteld die beduidend minder van hun zaak of vak afweet. En tot hun afgrijzen zien ze zo iemand ook nog hoger de organisatie inschieten dan waar zij ooit terecht zullen komen. Dat zijn alfamensen. Uiteindelijk komen ze in alle gremia bovendrijven. Voor het overgrote deel incompetent, maar dat weten ze kundig te verbergen achter een keur van tactieken: blaten (Wiegel), bullebakken (Timmer), bokken (Kok), bluffen (Zalm), grijnzen (Rutte).Max Schulte NRC 30 mei 2015
Etymologie
* In de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van schapen en geiten maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsbleat, baa
Fransbêler
Duitsblöken, mähen
Spaansbalar
Italiaansbelare
Russischблеять
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek