Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
blauwe eksters
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een geslacht van zangvogels uit de familie (kraaien). Tot in de 21ste eeuw werden de Aziatische blauwe ekster in Oost-Azië en de blauwe ekster die geïsoleerd op het Iberisch Schiereiland voorkomt, beschouwd als één soort () uit een monotypisch geslacht Cyanopica
Etymologie
* "blauwe ekster" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek