Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauwe eksters

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een geslacht van zangvogels uit de familie (kraaien). Tot in de 21ste eeuw werden de Aziatische blauwe ekster in Oost-Azië en de blauwe ekster die geïsoleerd op het Iberisch Schiereiland voorkomt, beschouwd als één soort () uit een monotypisch geslacht Cyanopica

Etymologie

* "blauwe ekster" met de uitgang -s