Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauwgrijze vliegenvanger

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van de (vliegenvangers). Deze soort komt voor in westelijk, centraal, oostelijk en zuidelijk Afrika en telt 6 ondersoorten

Etymologie

*(coll)