Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauwoorglansspreeuw

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (spreeuwen). De zuidelijke blauwoorglansspreeuw werd eerder beschouwd als een aparte soort maar bij een taxonomische herziening in 2025 is dit een ondersoort geworden van de (noordelijke) blauwoorglansspreeuw