blauwzucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈblɑuzʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) donkerpaarse verkleuring van de huid door zuurstofgebrekEen overdosis nitraat kan tot blauwzucht leiden, een ziekte die wordt gekenmerkt door zuurstofgebrek.
Uitdrukkingen
- krijg het blauwzucht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek