Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bloemkoolroos

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈblumkolˌros/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) eetbare uiteinden van een bloemkool
    Stukjes bloemkoolroos.
    Houd 1 niet al te kleine bloemkoolroos apart en doe de rest samen met de aardappelen in de pan.

Etymologie

*terugvorming uit "bloemkoolroosje" zonder het achtervoegsel -je, op te vatten als