Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bloemkoolroos
mannelijk/vrouwelijk (de)/ΛblumkolΛros/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) eetbare uiteinden van een bloemkoolStukjes bloemkoolroos.Houd 1 niet al te kleine bloemkoolroos apart en doe de rest samen met de aardappelen in de pan.
Etymologie
*terugvorming uit "bloemkoolroosje" zonder het achtervoegsel -je, op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek