bloos
Wat is de betekenis van bloos?
bloos betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen
- gebiedende wijs van blozen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen
Voorbeelden van "bloos" in een zin
- Ik bloos.
- Bloos!
- Bloos je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek