bloos

Wat is de betekenis van bloos?

bloos betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen
  2. gebiedende wijs van blozen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blozen

Voorbeelden van "bloos" in een zin

  • Ik bloos.
  • Bloos!
  • Bloos je?