Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boardingpass
mannelijk (de)/ˈbɔːrdɪŋˌpɑːs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bewijs waarmee men een passagiersvliegtuig kan binnengaan om een vliegreis te maken
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek