bockbier
onzijdig (het)/ˈbɔɡbir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zwaar, zoet, Duits bier dat in de herfst wordt gebrouwenOp een ochtend, vorige week, reed een vrachtwagen door mijn straat met Barbar, Belgisch honingbier. Nooit van gehoord. Nog diezelfde middag viel in het assortiment bij de slijter Amerikaans Flying Dog speciaalbier op. Nooit gezien. En ’s avonds begint een kennis out of the blue over eendenboutjes en dat die heel goed samen gaan met vijgen en bockbier. Was nooit in me opgekomen. Nou is men vast geneigd deze reeks biergevalletjes toe te schrijven aan het Baader-Meinhof-effect, dat psychologische fenomeen dat beschrijft hoe je iets waarmee je voor het eerst kennismaakt vervolgens plots overal tegenkomt. NRC Menno Steketee 23 oktober 2012
Etymologie
* van "Bockbier", verbastering van "Ainpockisch" "Bier", "bier uit " (het verband met bok "mannetjesgeit" berust op volksetymologie), in de betekenis van ‘donker bier’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Vertalingen
Engelsbock beer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek