Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bocks sperwerkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een koekoeksoort vernoemd naar de Duitse anatoom Carl Ernst Bock, die als eerste een exemplaar had verzameld op Sumatra. Deze sperwerkoekoek wordt ook wel beschouwd als een ondersoort van de grote sperwerkoekoek (Hierococcyx sparverioides). Deze soort parasiteert op zangvogels

Etymologie

*(coll)