bod
onzijdig (het)/bɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) door een koper voorgestelde prijsZijn bod was veel te laag.
- (handel) de handeling van het biedenZe deed een bod op de antieke tafel.
Etymologie
*van Middelnederlands "bot", verwant aan bode en boodschap, in de betekenis van ‘het bieden’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Uitdrukkingen
- Aan bod komen — (van personen) aan de beurt komen, de kans krijgen; (van zaken) behandeld worden, ter sprake komen
Vertalingen
Engelssuggestion, tender
Spaansoferta, ofrecimiento, proposición
Zweedsbud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek