bodem

mannelijk (de)/ˈbodəm/

Wat is de betekenis van bodem?

bodem betekent: een onderkant

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderkant
  2. de grond
  3. scheepvaart (scheepvaart) een schip
  4. de grond die normaliter de water bedekt is
  5. het meest fundamentele van iets
  6. het begin, de basis van waaruit men verder kan werken

Voorbeelden van "bodem" in een zin

  • De bodem van de emmer is lek.
  • Maar om te zorgen dat de boog niet instortte in de harde wind moest je een vakwerk van hout en planken bouwen dat vanaf de bodem van het dal omhoogging — er waren enorme hoeveelheden hout nodig om de ondersteuning sterk genoeg te maken.
  • De bodem raakte hierdoor verontreinigd.
  • In de haven lag een vloot van meer dan dertig Engelse bodems.
  • Het schip ligt op de bodem van de rivier.

Etymologie

* In de betekenis van ‘grond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260

Uitdrukkingen

  • Alle hoop de bodem in (laten) slaandoor iets geen enkele hoop meer (laten) hebben

Vertalingen

Engelsbottom
Spaansfondo, suelo
Poolsdno, gleba, ziemia